Wat moet je weten over onze school als ouder?

Presentatie in PowerPoint

1.     Ons eigen opvoedingsproject

2.     Naar de dokter

3.     Schoolverzekering

4.     Schoolrekening

5.     Schoolpoorten

6.     Lesuren

7.     Toezicht

8.     Blijven eten

9.     Snoep

10. Schoolverlet en schoolverzuim

11. Zwemmen en sporten

Een overzicht vind je terug in de schoolbrochure

 

1. Ons eigen opvoedingsproject

Ons logo

Bij de fusie van de jongens- en meisjesschool in 1975 werd de naam “Picardschool” gekozen met als logo “de picardhaas”, de haas die één en al beweging uitstraalt en zodoende een gezonde geest in een gezond lichaam benadrukt.

De naam werd ontleend aan pastoor Justin Picard die geboren werd te Diets-Heur op 25 september 1901 en priester gewijd te Luik op 1 augustus 1925.

Achtereenvolgens was hij leraar aan de normaalschool te Maasmechelen tot 1928 en aan het college te Tongeren tot 1934 en benoemd tot pastoor te Stal (Koersel) in 1944. Hij overleed te Hasselt op 3 juni 1963.

Zoals Jezus, de Kindervriend, hield hij van de kleinen en van de armen, om hun eenvoud en hun onschuld. In hen ontdekte hij het zuiverst de trekken van Jezus’ gelaat. Bij hen voelde hij zich gelukkig en elke dag na de H.Mis stond hij klaar om, glimlachend en met een goed woordje, een kruisje op hun voorhoofd te drukken. “Voor de kinderen, is het beste niet goed genoeg”, zei hij steeds. En wanneer men raakte aan de opvoeding van de kleinen, aan hun scholen, kon hij vechten als een leeuw.

Zijn zorg voor de parochie als gebedsgemeenschap, voor haar organisaties, samen met zijn scholen, was zijn levenswerk. Pastoor Picard was een voorloper, een man met visie, die de weg voorbereidde tot een goed uitgebouwde parochiale school.

De Picardschool wil ook een voorloper zijn, en school die met vele dingen bezig is, lang voor haar de vraag gesteld wordt.

De Picardschool heeft in lengte van jaren een eigen gezicht en persoonlijkheid ontwikkeld. Wij willen een school zijn die niet alleen waardevol, maar ook waardenvol is, waar elk kind elke dag mag ontdekken dat het meer kan.

De Picardschool is een vrije basisschool en behoort tot de groep van het Katholiek Basisonderwijs.

 

Ons Eigen Opvoedingsproject (EOP)

Het onderwijs dat binnen een school wordt aangeboden, dient te passen in een kader van richtlijnen. Dit werd in samenspraak met ons schoolbestuur en ouders vastgelegd in een eigen pedagogisch project: het EOP. Dit bepaalt het karakter van het onderwijsaanbod binnen de school.

De Picardschool gaat er van uit, dat het schoolteam dit opvoedingsproject draagt. Van de leden van de participatieraad en van de leden van het oudercomité wordt verondersteld dat zij dit streven onderschrijven.

Wij vinden het vanzelfsprekend dat iedereen, die met de opvoeding van onze kinderen belast is, het pedagogisch project respecteert. Indien er puntjes zouden zijn waar we het moeilijk mee hebben, vragen we om deze tegen een ruime achtergrond te bekijken.

Deze schooleigen christelijke identiteit krijgt gestalte in vijf opdrachten:

1. werken aan een schooleigen christelijk opvoedingsproject (EOP),

2. werken aan een degelijk en samenhangend onderwijsinhoudelijk aanbod,

3. werken aan een doeltreffende onderwijsaanpak en aan een stimulerend       opvoedingsklimaat,                                                    

4. werken aan zorgbreedte,

5. werken aan de school als gemeenschap en/of als organisatie.

 

Opdracht 1:

Werken aan de schooleigen christelijke identiteit.

Als katholieke basisschool vindt de Picardschool haar identiteit in het christelijk geloof en put ze daaruit haar motiverende en inspirerende kracht.

Dit houdt in dat het team samen met de ouders en het schoolbestuur werk maakt van een eigentijdse visie op de “katholieke” basisschool.

De school kiest ervoor om ieder kind te respecteren als unieke mens en het te begeleiden in zijn groeiproces naar het dragen van verantwoordelijkheden. Hierbij steunt de school op haar christelijk geïnspireerd mens- en wereldbeeld.

Het christelijk geloof motiveert het team tot de beleving van de naastenliefde uitgedrukt in de 12 grondwaarden van het katholiek basisonderwijs:

1. respect voor de eigenheid van ieder mens

2. verantwoordelijkheid van ieder mens voor zijn handelen

3. menswaardigheid

4. solidariteit

5. vreugde om het leven en de schepping

6. dankbaarheid

7. verwondering

8. respect en zorg voor mens en natuur

9. vertrouwen in het leven

10. vergeving schenken en ontvangen

11. hoop op de toekomst

12. zorgzame nabijheid en troost.

Deze christelijke waarden komen niet alleen ter sprake tijdens de godsdienstlessen, maar waar het kan ook in andere leergebieden. Het team streeft ernaar om hierin een voorbeeld te zijn naar de kinderen toe. De Picardschool onderhoudt ook een goede band met de plaatselijke geloofsgemeenschap.

Daarom is het belangrijk dat iedereen, christelijk gelovig of niet, eerbied opbrengt voor deze christelijke verankering van de school, zonder afbreuk te doen aan het recht op eigen overtuiging.

Vanuit deze christelijk geïnspireerde visie streeft de school ernaar om ieder kind optimale kansen te bieden om zijn totale persoonlijkheid te ontwikkelen in verbondenheid met anderen en met de wereld waarin we leven, want…

“Leren is gericht op het proces van menswording van kinderen en niet alleen op het volgieten van kinderen met kennis en vaardigheden.”

 

Opdracht 2:

werken aan een degelijk, samenhangend onderwijsinhoudelijk aanbod.

  • 1. Wij willen kinderen zoveel mogelijk helpen om van zichzelf, de anderen en van de wereld een positief en zo ruim mogelijk beeld te ontwikkelen.
  • Dit betekent dat ons onderwijs zoveel mogelijk rekening houdt met ieder kind afzonderlijk.

    We trachten hiervoor de beginsituatie van ieder kind zo goed mogelijk te kennen. Dit verwezenlijken we o.a. door het bijhouden van een leerlingvolgsysteem waarin zoveel mogelijk facetten van het kind belicht worden.

    We trachten de kinderen kansen te geven om zelf te ontdekken en uit te testen, om daaruit te leren en dit toe te passen in het werkelijke leven. Dit komt o.a. goed tot uiting in het dagelijks werk met kleuters en het hoekenwerk in de lagere school.

    Leerstof wordt hiervoor zoveel mogelijk praktisch georiënteerd en gekoppeld aan de werkelijkheid. Hiervan zijn o.a. de leeruitstappen, zowel in eigen omgeving of verder af, een goed voorbeeld.

    Ieder kind krijgt hierdoor kansen om zijn totale persoonlijkheid te ontwikkelen.

    Dit wil zeggen aandacht voor hoofd, hart en handen. Hiermee worden de cognitieve, de dynamisch affectieve en de psychomotorische componenten bedoeld. Deze moeten evenredig aandacht krijgen.

  • 2. Wij gaan ervan uit dat ieder kind uniek is.
  • Wij houden rekening met het gevoel, motivatie, leertempo, interesses en met de waardepatronen die het gedrag van dit kind mee bepalen. Het is voor ons belangrijk dat we het gezin en zijn omgeving goed kennen om beter het gedrag van dit kind te begrijpen.

    Daarom zijn de persoonlijke huisbezoeken bij de aanvang van ieder schooljaar zo belangrijk.

    Wij zijn er ons van bewust dat dit van dag tot dag kan verschillen en willen hiermee rekening houden door bijvoorbeeld het onthaalgesprek bij het begin van de dag.

    Wij doen ook aan niveaulezen waarbij ieder kind op eigen niveau zijn technische leesvaardigheid oefent.

    Door zorgverbreding geven we extra aandacht aan kinderen die het even wat moeilijk hebben en trachten hen terug op het niveau van de anderen te brengen door apart onderwijs.

  • 3. Wij willen genoeg aandacht geven voor en ruimte laten aan het zelfstandig verwerven van nieuwe inzichten en vaardigheden.
  • Hierbij leren we kinderen omgaan met alle mogelijke vaardigheden en middelen die dit mogelijk maken. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door een doordacht arsenaal aan modern didactisch materiaal, de vele educatieve spelen zowel in de klassen als erbuiten, de eigen inbreng en een grote goed uitgeruste speelplaats die uitnodigt tot creatief en communicatief spel.

    We denken hier ook aan het leren structureren van informatie uit teksten (leren leren) maar ook aan het leren omgaan met andere media: de bibliotheek, computer en software, internet.

    Op deze manier transfereren de kinderen de geleerde vaardigheden uit de lessen naar andere domeinen.

  • 4. In de evaluatie en rapportering krijgt het totale kind aandacht.
  • In de trimestriële rapportbesprekingen worden deze ervaringen uitgewisseld met de ouders.

     

  • 5. Wij willen kinderen in contact brengen met zoveel mogelijk verschillende componenten van de hen omringende wereld. Hierbij worden het muzische en het leren omgaan met elkaar zeker niet vergeten.
  • Hierbij hebben we een aantal overkoepelende doelen (die in alle lessen en alle klassen aan bod komen) met o.a aandacht voor de sociale ontwikkeling, de waardevorming, beeldvorming en het leren leren . Concreet werken wij rond de axenroos en werd er een samenlevingscode uitgewerkt met kindvriendelijke slogans en tekeningen.

    Wat in de rekenles wordt geleerd kan zijn toepassing vinden in taal of WO of omgekeerd.

    In de klassen wordt vaak gewerkt rond eenzelfde thema dat zowel in taal, WO en de expressievakken terug te vinden is.

    Dit betekent ook dat we aandacht hebben voor het grote kader waarin dingen moeten geplaatst worden: een multiraciale en multiculturele wereld die gestalte krijgt in de kleurrijke samenstelling van onze klassen: Turken, Marokkanen, Polen, Italianen, …

    We brengen cultuur in onze school langs film - of theatervoorstellingen. We hebben ook aandacht voor de minderbedeelde of gehandicapte mens vlakbij of veraf en doen acties om hen te helpen.

  • 6. Wij hebben ook voortdurend aandacht voor de verticale samenhang: het steeds verder bouwen op wat het kind reeds geleerd heeft in het verleden.
  • Als team dragen wij voortdurend zorg voor deze verticale samenhang door overleg en het opstellen van zorgvuldig uitgewerkte leerlijnen.

    Om dit mede te realiseren lopen er klasoverstijgende activiteiten en projecten: het grootoudersfeest, een sportdag, de sneeuwklassen, het sinterklaas- of carnavalfeest, …(waarvan je regelmatig beeldverslag vindt op deze site)

     

    Opdracht 3:

    Werken aan een stimulerend opvoedingsklimaat en een doeltreffende didactische aanpak.

    Het kind is geen leeg vat dat met kennis moet gevuld worden. Leren werkt interactief, in actieve betrokkenheid. De inbreng van de leerlingen en de interactie van de leerlingen onderling dragen bij tot het zich goed voelen in onze school. Leerlingen krijgen kansen zich te uiten in het onthaalgesprek, het kringgesprek, het aanbrengen van onderwerpen, het uitwerken van leerstrategieën, … Wij kiezen voor werkvormen waarin dit mogelijk gemaakt wordt: hoeken - en contractwerk, plaats voor initiatieven van de leerlingen onder vorm van spreekbeurtjes, organiseren van leerlingencompetities op de speelplaats, een brievenbus …. Ook in het muzische krijgen kinderen kansen: poëzie, toneel, vrij podium, feestjes, …Door zorgverbreding trachten we die kinderen te helpen die omwille van oorzaken buiten hun eigen wil, minder mogelijkheden hebben dan andere kinderen. Bij het evalueren confronteren we kinderen liever met hun eigen prestaties (in vergelijking met vorige toetsresultaten) dan met die van andere kinderen. Bij het beoordelen telt ook, waar het mogelijk is, inzet, doorzetting, creativiteit, … mee en benadrukken we meer het goede in het werk dan de fouten. Mislukkingen worden gezien als een uitdaging en als basis waarop dient te worden gebouwd om anders en beter verder te werken. We trachten onze leerstof zo goed mogelijk af te stemmen op de leefwereld van het kind door leerwandelingen, werkelijkheidsnabij en aanschouwelijk onderwijs.

    Als school willen wij een gemeenschap vormen waarin iedereen zich goed voelt. Wij leven mee met de gebeurtenissen in de parochie, het dorp, de hele wereld.

    Dit willen we verwezenlijken door respect te tonen voor elkaars eigenheid en door soepel en verdraagzaam met elkaar te leren omgaan. Dit zowel in de relatie leerkracht-kind als in de kind-kind relatie, groot voor klein, klein voor groot.

    Opdracht 4:

    werken aan de ontplooiing van ieder kind, vanuit een brede zorg.

    Als katholieke basisschool willen we alle kinderen optillen naar een hoger ontwikkelingsniveau en hen vaardig maken voor een betere toekomst.

    Door de open klasdag bij de aanvang van het schooljaar, door observeren en diagnosticeren tijdens het schooljaar constateren we verschillen in motivatie, in leerstijl en leervermogen, in attitudes, in sociale en emotionele vaardigheden en in culturele achtergrond tussen onze kinderen.

    Deze verschillen nemen we als uitgangspunt voor doelgericht onderwijs.

    Differentiatievormen als hoekenwerk en contractwerk, aangepaste materialen en accommodatie enerzijds en het volgen van nascholingen door teamleden en het uitwisselen van de informatie anderzijds zijn initiatieven om ons onderwijs nog meer op maat van de leerlingen af te stemmen.

    Om zicht te krijgen op de vorderingen in de totale ontwikkeling van kinderen en om preventief te kunnen werken hanteren we een kindvolgsysteem rekening houdend met alle componenten van de samenleving.

    Regelmatig en op vaste tijdstippen zijn er evaluatiegesprekken of overlegmomenten tussen

    - leerkrachten onderling,

    - leerkrachten en directie,

    - leerkrachten, directie en externe begeleiders ( CLB, GON, logopediste, BO-school in de buurt).

           - leerkrachten en leerlingen

           - leerlingen en directie

          - leerkrachten, directie en ouders

          - ouders, CLB en leerlingen

    Aan kinderen met specifieke zorgvragen besteedt de school extra aandacht. Er worden o.m. uren vrijgemaakt voor een taakleerkracht en uren zorgverbreding. Als team willen we blijvende persoonlijke aandacht hebben voor alle kinderen¸ hoe zwak, hoe lastig of hoe anders ze ook zijn. Het gaat o.m. om kinderen uit een andere taal en cultuur, om kinderen met een handicap en om kinderen met sociale of emotionele problemen. Opdat ook deze kinderen optimale groeikansen zouden krijgen, wordt er een handelingsplan of begeleidingsdossier opgesteld in samenspraak met ouders, taakleerkracht, klastitularis, directie en eventuele externe hulpverleners. Na een MDO (multi disciplinair overleg) wordt dit plan bijgestuurd of aangepast. De school wil een luisterend oor zijn en openstaan voor zorgen en verwachtingen van ouders . Eerlijke communicatie is een vereiste om problemen te voorkomen en/of tijdig op te vangen.

    De school neemt initiatieven en zoekt voortdurend naar oplossingen om ook kansarmen en allochtone gezinnen nauw bij het schoolgebeuren te betrekken in samenwerking met SOG en het oudercomité.

    Door bewust een beroep te doen op de verantwoordelijkheid van alle aanspreekbare partners en door het samenbrengen van deskundigheid, wil de school uitgroeien tot een gemeenschap waar het geloof in en de zorg voor kinderen centraal staat.

    De inspiratie om te werken aan de ontplooiing van ieder kind vanuit een brede zorg, vindt het team in de overtuiging dat God voor ieder kind een toekomst garandeert.

     

    Opdracht 5:

    Werken aan de school als gemeenschap en als organisatie.

    In de school werken we samen aan hetzelfde doel: de opvoeding van kinderen. Iedereen doet dat volgens eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden.

    Het schoolbestuur stemt zijn schoolbeleid af op het opvoedingsproject in overleg met de directie, het team, de ouders, de pedagogische begeleiders en nascholers, het CLB, de plaatselijke (geloofs)gemeenschap en andere externen.

    Het opvoedingsproject is het referentiekader bij uitstek voor de totale organisatie van de school.

    De directie is de motor van het team. Hij wordt zoveel mogelijk bijgestaan en ondersteund door een bredere groep (kernteam en werkgroepen).

    Om borg te staan voor kwaliteit heeft het team de opdracht om blijvend aan de eigen professionaliteit te werken. Het gaat dan zowel om pedagogische, leergebied-inhoudelijke, cultureel-maatschappelijke en levensbeschouwelijke vorming.

    Daarom maken de directie en het bestuur tijd, ruimte en middelen vrij voor nascholing van het team.

    Het schoolteam doet regelmatig aan zelfevaluatie met het oog op permanente kwaliteitszorg.

    Slechts door samenwerking en overleg kan een schoolteam tot kwaliteitsvolle resultaten komen. Daarom een gemeenschap van samenwerkende en communicerende partners:

    - Schoolbestuur

    - Team van directie en leerkrachten

    - Ouders

    - Lokale (geloofs)gemeenschap

    - Onderwijsondersteuners

    met het opvoedingsproject als criterium en werkinstrument voor schoolontwikkeling en met een team dat aandacht heeft voor deskundigheid en beroepsspiritualiteit (d.w.z. “met hart en ziel voor de klas staan”).

    Samengevat kunnen we zeggen dat de school als geheel, als gemeenschap en organisatie gedragen moet worden door het hele team. Met respect voor ieders opdracht en in gedeelde verantwoordelijkheid, werkt het team aan een positieve geest, positieve relaties en een doeltreffend onderwijs.

    De bekommernis voor een permanente kwaliteitsverbetering van opvoeding en onderwijs vraagt om een klimaat van overleg, dialoogbereidheid en samenwerking. De school staat echter niet alleen. In haar voortdurende zorg voor opvoeding in onderwijs deelt de school haar verantwoordelijkheid met de ouders, het schoolbestuur, externe begeleiders en de lokale (geloofs)gemeenschap opdat het de kinderen goed zou mogen gaan. Kortom: wij willen er voor zorgen dat de kinderen graag naar school komen en met plezier zullen terugdenken aan die fijne tijd die ze in de Picardschool doorbrachten zodat welbevinden en betrokkenheid geen ijdele woorden zijn.

    Dit alles wordt concreter besproken en uitgewerkt in ons schoolwerkplan.

    Terug naar inhoudstafel

     

    2. Naar de dokter

    Het komt wel eens voor dat een kind zich kwetst tijdens de schooluren of op weg naar de school en daarvoor medische hulp nodig heeft.

    De doktersrekeningen dienen door de ouders van het betrokken kind nadien zelf te worden vereffend.  De som die door het ziekenfonds  niet wordt terugbetaald, wordt door de schoolverzekering, uitgekeerd, na voorlegging van de nodige bewijzen.  

    Terug naar inhoudstafel

     

    3. Schoolverzekering

    Deze verzekeringsmaatschappij vergoedt de medische kosten die de leerling oploopt naar aanleiding van een ongeval op de weg, van en naar de school en de activiteiten georganiseerd door de school, ook als die buiten de normale schooluren vallen.

    Teneinde de afhandeling van de schadegevallen te bespoedigen, vraagt de verzekeringsmaatschappij om zo spoedig mogelijk de uitgavenstaat door de mutualiteit te laten invullen en over te maken aan de school.  Slechts wanneer alle documenten correct ingevuld en voorzien van de originele facturen aan de verzekeraar zijn overgemaakt, kan er vergoeding volgen.

    Gelieve er dus op te letten de noodzakelijke stukken nauwkeurig in te vullen om nodeloos wachten te voorkomen.

    Zolang de leerlingen zonder toezicht staan, zijn zij eveneens verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid.  Voor al de andere gevallen kunt u beroep doen op uw familiale verzekering.

     Op 1 juli 1990 werden de toepassingsmodaliteiten van het KB van 12.10.1984 betreffende de verzekering Privé Leven (familiale verzekering) volledig van toepassing.  Het is mogelijk dat uw kind aansprakelijk zou worden gesteld voor een schadegeval (bijvoorbeeld voor het van de trap duwen van een medeleerling).  Door de hierboven aangehaalde wettelijke bepaling (die wij ten zeerste betreuren) moet sinds 01.07.1990 uw eigen familiale verzekering deze schade vergoeden.  Het gevolg daarvan is:

     Daarom raden wij u aan zeker een familiale verzekering af te sluiten bij uw verzekeringsagent.  

    Terug naar inhoudstafel

     

    4. Schoolrekening

    Omwille van de veiligheid brengen de kinderen geen geld mee naar de school.  Alle verschuldigde bedragen komen op een rekening.  Deze wordt op het einde van ieder trimester aan uw kind meegegeven.  Betaling gebeurt door middel van de bijgeleverde overschrijving.

    Terug naar inhoudstafel

     

    5. Schoolpoorten

    -    De fietsenpoort en de schoolpoort (Heerbaan 241) worden gesloten om 8.50 uur en om 12.45 uur.

    -    Alle fietsers plaatsen hun fiets in de fietsenstalling langs de Heerbaan en komen langs daar op de speelplaats.  Uitgezonderd de kleuters die zelf met de fiets komen.  Zij hebben hiervoor een eigen fietsenstalling aan de parochiezaal en kunnen deze bereiken via de toegangsweg naar de kleuterschool of via de jeugdlokalen.

    -    De enkele voetgangers moeten de school verlaten via de fietsenstalling.

    -    Iedere wagen dient de school te bereiken via de parking naast de parochiezaal.  Ook het afhalen van  kinderen gebeurt via deze weg.  De ouders komen tot aan de poort om hun kind af te halen.

    -    Wij vragen om niet midden op de doorrijstroken te stoppen maar enkel te parkeren binnen de daarvoor bestemde lijn of op de weide achter de parking of aan de jeugdlokalen.

     Wij rekenen erop dat elke ouder begrip opbrengt voor dit streven naar meer veiligheid voor de kinderen en zich stipt aan deze regels zal houden!

    Terug naar inhoudstafel

     

    6. Lesuren

     - VOORMIDDAG van 08.50 uur tot 11.45 uur.

    - NAMIDDAG van 12.45 uur tot 15.35 uur

        (vrijdag tot 15.00 uur)  

    Terug naar inhoudstafel

      7. Toezicht

    De leerlingen mogen ’s morgens aanwezig zijn vanaf 08.20 uur en ’s middags vanaf 12.15 uur.  Voor de wijkschool is dat vanaf 08.35 uur en vanaf 12.30 uur.  Voordien is er GEEN BEWAKING.  Het spreekt vanzelf dat de kinderen die ’s middags blijven eten, voortdurend onder toezicht staan.

    De school eindigt om 15.35 uur.  Er is toezicht aan de poorten tot een kwartier na het einde van de lessen.  Gelieve de kinderen tijdig af te halen.  Bij het te laat afhalen worden de kinderen naar de kinderopvang gebracht in de Jeugdlokalen.  Tijdens de opvang moeten de tarieven betaald worden zoals voorgeschreven door de Stedelijke V.Z.W. Buitenschoolse Kinderopvang de “Bengeltjes” 011/436245. Toezicht van 06.30 uur tot 18.30 uur.

    Terug naar inhoudstafel

    8. Blijven eten

    Leerlingen die ’s middags blijven eten kunnen in de school drankjes verkrijgen aan € 0.42 per drankje of € 2,50 voor 6 jetons.  Er is keuze uit verschillende gezonde dranken zoals: water, fruitsap, melk of chocomelk. Het gebruik van een brooddoos is handig en milieuvriendelijk.

    Cola of andere gesuikerde dranken (met vermelding ‘limonade’ op de verpakking) zijn ten stelligste af te raden!

    De eetzaal van de kleuters bevindt zich in de parochiezaal, die van de lagere school op de eerste verdieping boven de kleuterklassen.  De maaltijden worden onder toezicht genuttigd tussen 12.10 uur en 12.40 uur.  Ook in Boven-Stal (Kleuterweg) is er middagtoezicht.  

    Terug naar inhoudstafel

     9. Snoep

    Snoepen is 1 van de belangrijkste oorzaken van tandbederf en overgewicht.  Hiervan is iedereen overtuigd.  Kauwgum, karamellen, suikergoed en ander als dusdanig herkenbaar snoepgoed is dus om gezondheidsredenen te mijden, ook bij verjaardagen!  

    Terug naar inhoudstafel

    10. Schoolverlet en schoolverzuim

    Schoolverlet:

    In het kleuteronderwijs moeten de afwezigheden, gelet op het feit dat er geen leerplicht is, niet gewettigd worden door medische attesten.  Het is wel wenselijk dat ouders de kleuteronderwijzeressen informeren omtrent de afwezigheid van hun kind.

    In het lager onderwijs is een verklaring door de ouders nodig tot en met 3 opeenvolgende schooldagen. waarop het kind afwezig is.  Een medisch attest wordt vereist voor afwezigheden meer dan 3 opeenvolgende schooldagen en indien een kind voor de 4de maal afwezig is in hetzelfde schooljaar.

    Mits toestemming van de directeur kan een afwezigheid eveneens gewettigd worden.  Daarnaast zijn er de van rechtswege gewettigde afwezigheden.

     => Stuur in elk geval geen zieke kinderen naar school, want “binnenblijven in de klas” wordt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toegestaan.  Het is ook verboden voor de leerlingen om de school te verlaten tijdens de lesuren, de speeltijden en tijdens de middagpauze voor de etenblijvers.

     Schoolverzuim:

    Het is van groot belang dat elk kind in de school aanwezig is van de eerste tot en met de laatste dag.  In elke school is er een controle van het ministerie die de diensten van het kinderbijslagfonds of het ministerie zelf op de hoogte kan stellen van gevallen van schoolverzuim.  Mogelijke gevolgen i.v.m. de geldigheid van het attest of diploma en eventuele inhouding van het kindergeld berusten dus op de verantwoordelijkheid van de ouders.

     => De lessen regelmatig volgen is en blijft een noodzaak voor elk kind. Meer gedetailleerde informatie hierover vind U in de onthaalbrochure p. 22 en verder

    Terug naar inhoudstafel

     

    11. Zwemmen en sporten

    Sporten:

    Voor de turnlessen dient elke leerling te beschikken over:

     => Dit alles steekt in een praktische turnzak.  Alles dient getekend met de naam van de leerling.

     KOSTPRIJS: De leerlingen van het 1ste leerjaar kunnen een turnset kopen voor de prijs van € 15. Daarin zit:  

    Iedere leerling van het derde, vierde, vijfde of zesde leerjaar kan zich ook een Picardschooltraining aanschaffen.  De trainingen worden gedragen bij al de naschoolse sportactiviteiten of tijdens de turnlessen in open lucht, zo de lerares het nodig acht.  1 training kost € 15

    Zwemmen:

    Voor de zwemlessen heeft elke leerling een zwemzak nodig met een zwembroek of badpak, 2 handdoeken (1 om af te drogen en 1 om op te staan ter voorkoming van wratten en schimmels).  Een badmuts is aan te raden, vooral voor kinderen met lange haren.

    KOSTPRIJS: Iedere zwembeurt kost € 0,87.  Dit komt op de schoolrekening.

    Voor de leerlingen van het 6de leerjaar is het zwemmen gratis, daar sinds 1 september 2000 elke leerling recht heeft op 1 schooljaar gratis zwemmen!

    Terug naar inhoudstafel