VERSLAG VANUIT LUNGÖTZ - OOSTENRIJK
Zaterdag 4 februari 2006
Er werd heel hard geroepen in de bus en gewuifd en hier en daar ook iets weggeslikt maar omdat er nog zoveel te doen was voordat we echt lekker geïnstalleerd waren was ook dat heel vlug voorbij. Jef en Eddy heetten ons hartelijk welkom in hun busparadijs en dat was nauwelijks overdreven want het machien waar we inzaten was nog geen jaar oud en van fierheid krulde Jef zijn snor in een mooi kringetje langs zijn neus.
Jassen en rugzakken verdwenen in de handbagage en op een wip of twee biepten de computerspelletjes langs alle kanten. De juffen en de meesters biepten af en toe ook maar dat was om ons op ons gat te laten zitten en dat is niet altijd gemakkelijk. We zaten al in Duitsland geloof ik dat de TV-schermen zomaar uit het plafond van de bus naar beneden werden geklapt en dat we ons in een echte cinemazaal waanden. De film “Ice age” ging over ijzige toestanden van heel erg vroeger met ma-moet, sabeltijger en een andere wezelachtige luiaard die met een mensenkind knotsgekke avonturen beleefden. Heel erg toepasselijk want in Lungötz kwamen we ook in een ijskelder vol avonturen terecht maar dat konden we toen nog niet weten.
Toen de cinema gedaan was stopten we voor een uitgebreide plaspauze en daarna vielen we doodmoe in de zetel in ons knuffelkussen en in slaap.
We droomden dat we er al waren en het was nog waar ook want we waren nauwelijks wakker of we reden al van de autosnelweg af en toen was het nog vijf minuten en we zagen al het bord “Lungötz”. Spontaan borrelden toen liedjes zoals “Oostenrijk hier komen wij…” uit onze kelen en klokslag 9 u draaiden we de parking van het Lämmerhof op.
Indrukwekkende voorgevel maar binnen konden we nog niet omdat de school van Jette nog niet vertrokken was. Dat was het minste van onze zorgen want de zon schitterde op een meterdikke laag sneeuw die de zon bedankte met miljoenen diamanten flikkeringen en daar mochten we met onze Stalse botten door. De sneeuw was wit en de lucht blauw gelijk als in de boekjes. Onze sneeuwhonger was nauwelijks gestild en we konden al aan die van onze maag beginnen. Konden we goed gebruiken trouwens want daarna was het koffers naar boven sleuren. Een afschuwelijke karwei en nog afschuwelijker was het uitpakken van die kleerkasten. Je kan niet geloven hoeveel spulletjes zes kleine menskes in één kamer in één kast kunnen proppen. Hoe dat allemaal terug in die valiezen moet is een probleem voor later want we waren nog niet uitgehijgd of we moesten onze voeten in die zware lompe skibotten stoempen. Wat een miserie! En of dat nog niet genoeg was plakten ze ook nog van die lange latten onder die schoenen en toen was er nog iemand –ze noemen die skimonitor - die ons naar boven deed stappen! Je houdt het allemaal niet voor mogelijk! Trapsgewijs en in visgraat en maar zweten man. Als we dan een kwartier gepuft hadden konden we toch enkele secondjes glijden en dat was een zalige beloning voor al die moeite maar twee keer knipperen met de ogen en het was voorbij.
Avondeten en brieven schrijven. Nog maar even hier en al zoveel te vertellen, kaarten vol, brief dichtplakken en met de smaak van lijm in slaap vallen … als die kamergenoten maar wilden zwijgen.
fotootje: is dit geen mooi kaartje?
